Spring naar content

Landelijke Monitor Studentenhuisvesting 2018

Kences / Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties / ABF Research

De Landelijke Monitor Studentenhuisvesting 2018 is het zevende rapport in een reeks die sinds 2012 jaarlijks verschijnt. De Landelijke Monitor Studentenhuisvesting is inmiddels uitgegroeid tot de nationale standaard voor cijfers over studentenhuisvesting. De monitor gaat over studenten en hun huisvesting. Er wordt een beeld geschetst van de omvang, samenstelling en verwachte ontwikkelingen voor de komende 8 jaar van de studentenpopulatie en de studentenhuisvesting. Daarnaast is er aandacht voor de betaalbaarheid, woonwensen en de internationale studenten.

Enkele highlights:

  • Tot collegejaar `25-`26 daling van de studentenpopulatie bij hogescholen, terwijl universiteiten groeien.
  • In 3 jaar tijd is het aandeel uitwonende Nederlandse studenten gedaald van 53 naar 48 procent door de invoering van het studievoorschot.
  • Studieschuld bij ‘studievoorschot’-generatie is veel hoger dan voor de invoering van het studievoorschot.
  • Ondanks de invoering van het studievoorschot groeit het aantal uitwonenden tot collegejaar `25-`26 door een toename van het aantal internationale studenten.
  • De enorme (verwachte) groei van internationale studenten is beperkt in vergelijking met de wereldwijde verwachtingen.
  • 92.000 uitwonende mbo-studenten naast de 350.000 uitwonende studenten in het hoger onderwijs.

Aanvullende informatie

Landelijke Monitor Studentenhuisvesting 2017

Kences / Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties / ABF Research

Het rapport ‘Landelijke Monitor Studentenhuisvesting’ gaat over studenten en hun huisvesting. Er wordt een beeld geschetst van de omvang, samenstelling en verwachte ontwikkelingen voor de komende acht jaar van de studentenpopulatie en de studentenhuisvesting. Daarnaast is er aandacht voor betaalbaarheid, woonwensen en internationale studenten.

De Landelijke Monitor Studentenhuisvesting 2017 is het zesde rapport in een reeks die sinds 2012 jaarlijks verschijnt. Eind 2010 zijn op initiatief van Kences de eerste stappen gezet om te komen tot een Landelijke Monitor Studentenhuisvesting. Sindsdien wordt jaarlijks gewerkt aan doorontwikkeling, kwaliteitsverbetering en aansluiting bij de actualiteit. De Landelijke Monitor Studentenhuisvesting is inmiddels uitgegroeid tot de nationale standaard voor cijfers over studentenhuisvesting.

Samenstelling en ontwikkeling studentenpopulatie: ‘Tot collegejaar `24-`25 daling bij hogescholen, terwijl universiteiten groeien’.

Op 31 december 2016 waren er 662.000 voltijdstudenten binnen het hoger onderwijs (exclusief studiepuntmobiele studenten), waarvan 61 procent studeert aan een hogeschool. 10 procent van de studenten heeft een vooropleiding in het buitenland gevolgd en heeft een buitenlandse nationaliteit: dit maakt hen internationale diplomastudenten. Van 78 procent van de Nederlandse studenten zijn beide ouders geboren in Nederland. De vrouwen vormen met 50,8 procent een kleine meerderheid. De gemiddelde leeftijd van studenten is 22 jaar en 2 maanden.

De afgelopen acht jaar is het aantal studenten met 25 procent toegenomen. Naar verwachting neemt deze groei af en stijgt het aantal studenten de komende acht jaar met ongeveer 17.300 studenten (+3 procent). Het aantal hbo-studenten gaat dalen (-20.500 studenten, -5 procent). De groei wordt dan ook volledig veroorzaakt door een toenemend aantal universitaire studenten (+37.700 studenten, +14 procent).

De nationale groei van het aantal studenten in de komende acht jaar is, met uitzondering van Tilburg, in alle steden met een universiteit terug te zien. Wageningen (32 procent) en Delft (18 procent) zijn de steden met de grootste groei. Van de steden met alleen een hbo-instelling wordt bij 18 van de 20 steden krimp verwacht.

Invloed van studievoorschot op het huisvestingsgedrag van eerste- en tweedejaarsstudenten

Door: Kences

Het studievoorschot is in collegejaar 2015-2016 ingevoerd. Met de gegevens van de eerste- en
tweedejaarsstudenten die binnen het nieuwe systeem vallen kan in beeld worden gebracht wat het effect
is. Hiervoor wordt een vergelijking gemaakt tussen collegejaren 2013-2014 tot en met 2016-2017. De cijfers in bovenstaand bestand hebben uitsluitend betrekking op Nederlandse studenten en richten zich op het al dan niet uitwonend
zijn en de studiekeuze in relatie tot de afstand tot het ouderlijk huis.

Bron: DUO / CBS

Landelijke Monitor Studentenhuisvesting 2016

Kences / Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties / ABF Research

Het rapport ‘Landelijke Monitor Studentenhuisvesting’ gaat over studenten en hun huisvesting. Er wordt een beeld geschetst van de omvang, samenstelling en verwachte ontwikkelingen voor de komende 8 jaar van de studentenpopulatie en de studentenhuisvesting. Daarnaast is er aandacht voor de betaalbaarheid, woonwensen en de internationale studenten.

De Landelijke Monitor Studentenhuisvesting 2016 is het vijfde rapport in een reeks die sinds 2012 jaarlijks verschijnt. Eind 2010 zijn op initiatief van Kences de eerste stappen gezet om te komen tot een Landelijke Monitor Studentenhuisvesting. Sindsdien wordt jaarlijks gewerkt aan doorontwikkeling, kwaliteitsverbetering en aan aansluiting bij de actualiteit. De Landelijke Monitor Studentenhuisvesting is inmiddels uitgegroeid tot de nationale standaard voor cijfers over studentenhuisvesting.

Dit jaar is er extra aandacht voor de gemeten eerste effecten van de invoering van het studievoorschot. Daarnaast is er een verbeterslag gemaakt door de internationale studiepuntmobiele studenten kwantitatief in kaart te brengen.

Vanwege de invoering van het studievoorschot is het niet langer noodzakelijk om te registreren of studenten thuis- of uitwonend zijn. DUO voert deze registratie dan ook niet meer uit. Om te bepalen of studenten thuisof uitwonend zijn wordt daarom de Basisregistratie Personen (BRP) gebruikt. De inzet van de BRP als bron in combinatie met DUO-registraties met meer achtergrondkenmerken is uit noodzaak ontstaan, maar heeft uiteindelijk geleid tot een aanzienlijke kwaliteitsverbetering. Voorheen werd voor een deel van de studenten geschat of zij thuis- of uitwonend waren, bij welke vestiging van een onderwijsinstelling (en daarmee studiestad) zij studeerden en in welke stad zij woonden. Met het gebruik van de nieuwe bronnen zijn deze gegevens voor nagenoeg alle studenten bekend. Doordat deze methodiek ook met terugwerkende kracht is gehanteerd zijn de cijfers tussen verschillende collegejaren in dit rapport consistent, maar kunnen ze licht afwijken met die in rapporten van eerdere jaren.

Modelovereenkomsten tijdelijke verhuur

Aedes / Platform31 / Kences / VBTM Advocaten

Welke mogelijkheden voor tijdelijke verhuur zijn er? Het is mogelijk om een huis tijdelijk te verhuren, of tijdelijk te huren. Bijvoorbeeld studenten die op een campus mogen wonen tijdens hun studietijd. Of een huiseigenaar die zijn te koop staande woning tijdelijk wil verhuren. Voor de verschillende situaties zijn er verschillende wettelijke mogelijkheden.

De Eerste Kamer nam in april 2016 de Wet Doorstroming Huurmarkt aan. Daarin is onder andere geregeld dat woningcorporaties vanaf 1 juli 2016 tijdelijke huurcontracten mogen gebruiken. Corporaties mogen deze contracten aanbieden aan verschillende doelgroepen. Aedes en Platform31 gaven VBTM Advocaten de opdracht zes modelovereenkomsten te maken die corporaties kunnen gebruiken bij tijdelijke verhuur. Voor Kences deelnemers en partners zijn met name de volgende vier tijdelijke huurovereenkomsten van belang: de tijdelijke huurovereenkomst voor onzelfstandige woningen voor maximaal vijf jaar, de tijdelijke huurovereenkomst voor zelfstandige woningen voor maximaal twee jaar, de huurovereenkomst voor promovendi en het jongerencontract.

Nederlands

Engels

Handreiking studentenhuisvesting en bouwregelgeving

Kences

Handreiking bestemd voor professionele gebruikers van het Bouwbesluit 2012 betrokken bij
ontwikkeling, bouw, beheer, huur, verhuur en onderhoud van studentenhuisvesting.

Studentenhuisvesting en bouwregelgeving

Door: Kences

Deze brochure gaat over bouwregelgeving voor studentenhuisvesting en is bestemd voor professionele gebruikers van het
Bouwbesluit die betrokken zijn bij de ontwikkeling, de bouw, het beheer, de huur/verhuur en het onderhoud van
studentenhuisvesting. Dit betreft zowel de opdrachtgevers, zoals bijvoorbeeld studentenhuisvesters of vastgoedeigenaren, als
het bevoegd gezag. Gezien de doelgroep is ervoor gekozen om de uitleg van de basisprincipes van Bouwbesluit 2012 in deze brochure beperkt te houden en zoveel mogelijk te verwijzen naar reeds bestaande publicaties op dat gebied.

Praktijkrichtlijn ‘Inkomenstoets Woningwet 2015’

Door: Kences

Vanaf 1 juli 2015 zijn de Woningwet 2015, het Besluit toegelaten instellingen
volkshuisvesting 2015 (hierna BTIV) en de Regeling toegelaten instellingen 2015 (hierna
RTIV) in werking getreden. Hierin is ook opgenomen dat er voor studenten en promovendi
geen inkomenstoets vereist is. In de bijlage hierboven meer informatie.

Landelijke Monitor Studentenhuisvesting 2015

Kences / Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties / ABF Research

In opdracht van Kences, samenwerkingsverband van twaalf studentenhuisvesters, en het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties heeft ABF Research de nieuwe landelijke monitor studentenhuisvesting opgeleverd. De monitor geeft per studentstad inzicht in de (verwachte) ontwikkeling van het aantal studenten en hun huisvestingsbehoefte. Voor deze prognoses is een rekenmodel ontwikkeld waarmee de landelijke Referentieraming van het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW) verdeeld wordt over 37 studentensteden. Bovendien wordt gebruik gemaakt van lokaal uitgezette enquêtes welke een beeld geven van de kwantitatieve en kwalitatieve woonbehoefte van studenten.

Stijging aantal thuiswonende studenten 

Het aantal studenten blijft de komende acht jaar nog groeien, maar minder hard dan eerder werd ingeschat. Tot en met collegejaar ‘22-‘23 is nog een groei van vijf procent (32.000 studenten) voorzien. Vanaf collegejaar ’23-’24 wordt voor het gehele hoger onderwijs, als gevolg van demografische ontwikkelingen, een daling van het aantal Nederlandse studenten verwacht, tot op het niveau van dit moment. Daar komt nog bij dat studenten als gevolg van het studievoorschot, mogelijk langer thuis blijven wonen. Het gevolg hiervan kan zijn dat de vraag naar studentenhuisvesting niet meegroeit met het aantal studenten als geheel of zelfs afneemt. Het lijkt er dan ook op dat de taak van huisvesters om het tekort aan studentenwoonruimten te voorkomen minder groot wordt. Daartegenover staat echter nog wel de uitdaging om de studentenwoningvoorraad beter te laten aansluiten op de woonwensen.

Stijgende woonlasten 

Gecorrigeerd voor inflatie zijn de gemiddelde woonlasten sinds het collegejaar ’12-’13 met zeven procent gestegen. Een uitwonende student betaalt gemiddeld 470 euro aan woonlasten per maand (inclusief bijkomende lasten en zonder aftrek huurtoeslag). Deze lasten zijn het afgelopen jaar sterker gestegen dan het gemiddelde studenteninkomen, waardoor nu 55 procent (t.o.v. 52 procent in ’12-’13) van het inkomen wordt besteed aan wonen.

Mogelijk extra effect studievoorschot

Het aandeel thuiswonende studenten is de afgelopen acht jaar gegroeid van 42 naar 44 procent. Op basis van het trendscenario zal het aantal uitwonende studenten de komende acht jaar nog toenemen met 22.000 studenten. In de monitor is daarnaast ook een Studievoorschotscenario opgenomen, waarbij verondersteld wordt dat studenten langer thuis blijven wonen. Dat zou kunnen leiden tot een afname van het aantal uitwonende studenten met 13.000 studenten in de komende acht jaar. Per studiestad zijn er echter behoorlijke verschillen.

Internationale studenten: meer zicht op de exchange student

In de monitor studentenhuisvesting 2015 zijn de studiepuntmobiele (ook wel exchange) studenten eruit gelicht, omdat dit een groep betreft waar nog weinig over bekend is. Het gaat hierbij jaarlijks om circa 25.000 studenten die een verkorte opleiding of programma volgen, van wie ruim de helft afkomstig is uit Europa. De komende jaren wordt een groei verwacht van het aantal studiepuntmobiele studenten als gevolg van de inspanningen van de onderwijsinstellingen. Dat heeft gevolgen voor de bouwopgave. Daarnaast wijken de woonwensen van deze studenten af van hun huidige woonsituatie; ze wensen meer zelfstandigheid en een grotere kameroppervlakte.

Landelijke Monitor Studentenhuisvesting 2014

Kences / Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties / ABF Research

In de komende jaren blijft het aantal studenten groeien. De komende acht jaar (de periode 2014-2022) neemt dit aantal toe met 54.000. Dat is een groei van circa 9%. Het aantal HBO voltijdstudenten neemt toe met 40.500. Het aantal WO voltijdstudenten neemt toe met 13.500. Deze groei doet zich over de volle breedte voor: bij jongens en meisjes, bij alle leeftijdsgroepen en in bachelor en masterfase.