Amsterdam en Utrecht willen eigen woonregels

Amsterdam en Utrecht willen eigen woonregels

Amsterdam en Utrecht vragen aan minister Blok of zij een woningmarkt pilot mogen starten. Zij vinden de situatie op hun woningmarkten anders dan in de rest van het land. Extra maatregelen voor studenten-huisvesting zijn onderdeel van de plannen. De steden willen experimenteren met maatwerk oplossingen die zorgen voor betere betaalbaarheid en meer doorstroming.

Brief
De gemeentebesturen van Amsterdam en Utrecht willen specifieke maatregelen om de grote druk op de lokale woningmarkten aan te pakken. In een brief aan de minister voor Wonen en Rijksdienst vragen de gemeenten om een proefperiode van vier tot vijf jaar, waarin ze mogen afwijken van het landelijk beleid. De gemeenten vinden dat het landelijke woningmarkt beleid te weinig rekening houdt met de specifieke situatie in Amsterdam en Utrecht. In beide gebieden is sprake van grote druk op de woningmarkt, met meer vraag dan aanbod voor bepaalde groepen woningzoekenden.

Pilot
De gemeenten willen met de pilot zoeken naar oplossingen en maatregelen om de overdruk op de woningmarkt op te vangen. Het gaat daarbij om vier hoofdthema’s:
- maatregelen gericht op het vergroten van de dynamiek van de woningmarkt;
- ruimte voor lokaal huurbeleid;
- lokale arrangementen in de relaties met de corporaties;
- specifieke maatregelen voor doelgroepen (studenten, jongeren en ouderen).

Studenten en jongeren
Amsterdam en Utrecht zijn studentensteden waar veel jonge mensen op zoek zijn naar woonruimte. In de brief aan de minister geven deze steden aan dat er de afgelopen jaren een intensief programma is uitgevoerd om meer huisvesting voor jonge mensen te realiseren. Bij de uitvoering van dit programma is vaak aangelopen tegen de grenzen van (bouw) regelgeving. Dit was overigens voor Kences aanleiding om de Handreiking studentenhuisvesting en bouwregelgeving te ontwikkelen. Om de regelgeving te versoepelen willen de gemeenten in de pilot experimenteren met:

- meer flexibiliteit in de regelgeving bij het omzetten van (kantoor) gebouwen;
- spoedige inwerkingtreding van de Algemene Maatregel van Bestuur waardoor de tijdelijke verhuur op basis van de Leegstandswet wordt verlengd van 7 naar 10 jaar;
- het op wettelijke basis mogelijk maken van jongerencontracten;
- het mogelijk maken van dynamische huurcontracten (vijfjaarcontracten).

Foto: Universiteit Utrecht

Jongerencontracten
Het jongerencontract is bedoeld voor ingeschreven woningzoekenden van 18 tot 23 jaar. Een huurder met een jongerencontract moet uiterlijk een half jaar na zijn 26e verjaardag plaats maken voor een jongere tot 23 jaar. De oorspronkelijke inschrijfduur van de vertrekkende huurder blijft behouden. Daarmee is de kans groter dat de huurder voldoende inschrijfduur heeft opgebouwd en kan doorstromen naar een andere woning. De kleinere en goedkopere woningen blijven zo beschikbaar voor jongeren.

Flexibele huurcontracten
Vijfjaarcontracten zijn flexibele huurcontracten van in principe vijf jaar die éénmaal met vijf jaar verlengd kunnen worden. De huurcontracten zijn bedoeld voor huurders tot 30 jaar. Door deze flexibele verhuring komt er beweging in de woningmarkt en worden huurders gestimuleerd te verhuizen naar een meer passende woning. Vooral starters kunnen met een flexibel contract sneller aan een woning komen.

Daarnaast willen de gemeenten een uitbreiding van een in Amsterdam al lopend experiment met flexibele huren. Flexibele huren zijn vooral bedoeld voor huurders (bijvoorbeeld pas afgestudeerden) die starten met een laag inkomen en na enkele jaren hun inkomen zien stijgen.

Foto: De Key

Meer weten?

Links:

Brief dd. 25-02-2014 van Amsterdam en Utrecht aan minister voor Wonen

Kences handreiking studentenhuisvesting en bouwregelgeving

Webdesign » SPRANQ