Student woont liefst rond centrum of op campus

Student woont liefst rond centrum of op campus

Studenten zijn bereid fors meer te betalen voor een kamer met gedeelde voorzieningen in het centrum of op de campus. Zelfs meer dan ze bereid zijn te betalen voor een éénkamerwoning. Dat blijkt door het meten van woonwensen van studenten met een nieuwe methode ten behoeve van de Landelijke Monitor Studentenhuisvesting. Voor kleine kamers met gedeelde voorzieningen en kleinere éénkamerwoningen aan de rand van de stad zijn de prijs-kwaliteitsverhoudingen in de optiek van studenten ongunstig. Dit blijkt ondermeer uit de Landelijke Monitor Studentenhuisvesting 2017 die vandaag gepresenteerd wordt tijdens het Landelijke Congres Studentenhuisvesting van Kences in Delft.

Internationalisering steeds belangrijker
De groei van het aantal internationale studiepuntmobiele studenten en diplomastudenten was de afgelopen jaren al groot met een gemiddelde 7 en 9 procent groei tegenover een jaarlijkse groei van het aantal Nederlandse studenten van 3 procent. De komende acht jaar wordt een groei van 39 procent van het aantal studiepuntmobiele studenten en 40 procent van het aantal internationale studenten verwacht. De ontwikkeling van Nederlandse studenten blijft constant (- 1 procent). De forse groei van het aantal internationale studenten is een grote uitdaging voor studentenhuisvesters, aangezien al deze studenten een acute woonvraag hebben zodra zij in Nederland arriveren. Corporaties huisvesten in samenwerking met universiteiten en hogescholen op dit moment al 72 procent van de studiepuntmobiele studenten en 42 procent van de internationale diplomastudenten.

Betaalbaarheid studentenkamers gelijk gebleven
In het collegejaar 2016-2017 betaalden uitwonende studenten voor hun woonlasten gemiddeld 440 euro per maand (inclusief de bijkomende lasten en na aftrek van de huurtoeslag). De woonlasten per vierkante meter voor studentenwoonruimten van maximaal 35 vierkante meter op een A-locatie binnen de stad zijn bij corporaties en met name bij Kences deelnemers het laagst. Gecorrigeerd voor inflatie zijn de woonlasten per woonruimte sinds het collegejaar 2012-2013 gemiddeld met 2,8 procent per jaar gestegen. Wanneer de totale woonuitgaven (440 euro) gerelateerd worden aan het gemiddelde studenten-inkomen van 900 euro per maand blijkt dat 49 procent van het studenten-inkomen aan wonen wordt uitgegeven. Het afgelopen jaar is de woonquote ongeveer gelijk gebleven.

Eerste- en tweedejaarsstudenten blijven vaker thuis wonen, maar tekort aan kamers blijft
Eerder bracht Kences al naar buiten dat het totale aandeel uitwonenden de afgelopen twee jaar is gedaald van 53 naar 49 procent. Het aandeel uitwonenden onder eerste en tweedejaarsstudenten is respectievelijk gedaald met 30 en 25 procent. Dit lijkt samen te hangen met de invoering van het nieuwe leenstelsel in 2015. Meer dan de helft van de thuiswonende studenten die onder het nieuwe leenselsel vallen, geeft aan nog thuis te wonen vanwege het studievoorschot. Desondanks blijven er grote tekorten aan studentenkamers in diverse studentensteden. Dit wordt verklaard door de blijvende toename van het aantal internationale studenten de komende acht jaar, de ongelijke spreiding hiervan over Nederland en de constatering dat de effecten van het studievoorschot in de diverse studentensteden niet overal gelijk zijn.

Bijlagen
Landelijke monitor studentenhuisvesting 2017  
Factsheet Studentenpopulatie & Studentenhuisvesting 2017  

Webdesign » SPRANQ