Landelijke Monitor Studentenhuisvesting gepresenteerd op Kences-congres!
Op donderdag 3 september is tijdens het Kences-congres de Landelijke monitor studentenhuisvesting 2026 gepresenteerd! Elk jaar laat Kences, in samenwerking met het Ministerie van BZK, dit belangrijke onderzoek uitvoeren door ABF Research. De monitor geeft cijfermatig inzicht in de vraag en aanbod naar studentenhuisvesting en hoe studenten willen wonen.
Tekort studentenhuisvesting onverminderd hoog ondanks nieuwbouw
Uit de nieuwe Landelijke Monitor Studentenhuisvesting blijkt dat sociale studentenhuisvesters hun nieuwbouwbeloftes waar maken, maar het kamertekort neemt amper af. Kences stelt dat er meer nodig is, zoals het afschaffen van de winstbelasting voor woningbouwcorporaties. Reijnder Jan Spits, directeur Kences: “Sociale studentenhuisvesters kunnen zo 15 tot 25 duizend meer studentenwoningen bouwen.”
Sinds de ondertekening van het Landelijk Actieplan Studentenhuisvesting in 2022 hebben sociale studentenhuisvesters samen gemiddeld bijna 5.000 woningen per jaar gebouwd. Spits: “Dat is echt iets om trots op te zijn. We zijn blij dat veel gemeenten en het Rijk zich serieus inzetten voor de realisatie van meer studentenhuisvesting, maar helaas blijft het tekort onverminderd hoog waarmee de toegankelijkheid van ons onderwijs onder druk blijft staan.”
Het tekort aan studentenwoningen is dit jaar geschat op 20.200, vergelijkbaar met vorig jaar toen het tekort iets boven de 21.000 zat. Door de verkoop van studentenwoningen van particuliere verhuurders was vorig jaar de verwachting dat het tekort serieus zou oplopen. Uit de monitor blijkt dat sinds 2024 ruim 32.000 studenten minder een particuliere kamer huren. Toch is het tekort dit jaar niet verder toegenomen. Spits legt uit: “Het aantal Nederlandse studenten wordt minder en daarnaast zien we de instroom van internationale studenten ook iets afnemen. Ook de grote nieuwbouwproductie door sociale studentenhuisvesters helpt, maar is nog onvoldoende om het tekort ook daadwerkelijk te verminderen”.
“Sociale studentenhuisvesters bouwen zo veel mogelijk, maar overal waar we bouwen zien we nog niet dat de wachtlijsten teruglopen,” vertelt Spits. “We zien bij nieuwbouwprojecten dat studenten die de hoop hadden opgegeven tóch weer actief gaan zoeken.”
Geen kameraanbod, dan maar langer reizen
De nieuwe monitor laat zien dat studenten steeds vaker, noodgedwongen, kiezen om langere afstanden te reizen voor hun opleiding, in plaats van op kamers te gaan in hun studiestad. “Met name in de groep studenten die 60 tot 80 kilometer moet reizen, zien we grote verschillen. Waar in 2015 nog ruim twee derde van die studenten op kamers ging, is dat nu nog maar de helft,” aldus Spits. “Dat kan ook grote gevolgen hebben voor de mate waarin een student sociale betrokkenheid ervaart bij de studie.”
Blijf inzetten op nieuwbouw
Spits onderstreept dat inzet op nieuwbouw van enorm belang blijft. “Zelfs als alle nieuwbouwplannen doorgaan, is er over acht jaar een tekort van 10 tot 35 duizend studentenwoningen. Daarom is het ook van groot belang dat sociale studentenhuisvesters de ruimte krijgen die zij nodig hebben om te blijven bouwen. Om het huidige aanbod in stand te houden en te kunnen blijven investeren in nieuwbouw, is het noodzakelijk dat de winstbelasting voor woningbouwcorporaties wordt afgeschaft. Spits legt uit: “We kunnen zo’n 15 tot 25 duizend extra studentenwoningen bouwen als we geen winstbelasting
Embargo tot 2 september 21.00 uur
hoeven te betalen, blijkt uit berekeningen die we met onze achterban hebben gemaakt. Sowieso is het natuurlijk vreemd dat stichtingen zonder winstoogmerk toch winstbelasting betalen.”
Ook wijst Spits op het belang van voldoende locaties voor nieuwbouw en het sturen op tempo. “Het verder ontwikkelen van campuslocaties kan een oplossing zijn voor het tekort. Daarnaast moeten we gezamenlijk met kennisinstellingen, gemeenten, het Rijk en studentenhuisvesters alles op alles zetten om nieuwbouwprojecten sneller van de grond te krijgen”. Hierbij is het belangrijk kritisch te blijven op verschillende eisen die vanuit gemeenten worden gesteld aan nieuwbouwprojecten die daardoor complex en duur worden. Spits geeft een voorbeeld: “Bij grote studentencomplexen moeten we door parkeernormen verplicht dure parkeerplaatsen realiseren. Een kostbare optie die de planvorming verder bemoeilijkt en vertraagd. En dat terwijl verreweg de meeste uitwonende studenten geen auto hebben.”
Benieuwd naar alle cijfers en inzichten? Lees hier het volledige onderzoek.
