Les 1: werk heel veel samen  Les 1: werk heel veel samen

Les 1: werk heel veel samen

Lidy van der Schaft, directeur Wonen bij De Key in Amsterdam, kwam eigenlijk per ongeluk in de corporatiesector terecht. Tot 1999 was zij werkzaam in de gezondheidszorg, maar toen kwam een belangrijke drijfveer te vervallen: geloven in wat je doet. ‘Ik geloofde niet meer in wat ik deed. Met name in de thuiszorg werden keuzes gemaakt waar ik niet persoonlijk achter kon staan. Ik ben toen gaan rondkijken naar iets anders en zag een vacature bij een woningcorporatie.’ Tot haar eigen verwondering werd ze aangenomen. Haar zorgachtergrond paste op dat moment uitstekend binnen de corporatiesector, vanwege het feit dat ‘wonen en zorg’ niet lang daarvoor was opgenomen in het Besluit Beheer Sociale Huisvesting. Van der Schaft ziet die toegevoegde waarde van haar achtergrond in de zorg nu zelf ook. ‘Wat is het goed om sectoroverstijgend te werken! Wonen en zorg liggen dicht bij elkaar, want fijn wonen is zo weinig mogelijk last hebben van handicap of ziekte, en zoveel mogelijk zelf kunnen doen.’

‘Ik zeg altijd: als ik het opnieuw zou moeten doen, zou ik weer verpleegkundige worden. Dat is vooral omdat ik één hele belangrijke les heb geleerd, waar ik op heel veel gebieden iets aan heb. Juist als verpleegkundige ben je je eigen instrument, moet je het met jezelf doen. En dat komt op zoveel plekken terug, of je in de Raad van Commissarissen van de Rabobank zit of bij een corporatie werkt, overal moet je jezelf en je eigen talenten inzetten en daarmee verder komen. Daarnaast is het natuurlijk ook gewoon handig om kennis van zaken te hebben. Ik was nog voorzitter van de Raad van Toezicht van een zorginstelling tot afgelopen maart, dus ik heb de ontwikkelingen in de zorg al die tijd in de gaten gehouden. En dat is nodig, want wonen en zorg hebben veel met elkaar te maken. Zo is bijvoorbeeld met de gemeente Amsterdam afgesproken dat er een bepaald percentage van onze woningvoorraad aan kwetsbare doelgroepen moet worden verhuurd. Daar komen een hoop instellingen bij kijken, want het gaat om allerlei doelgroepen: tienermoeders, psychiatrische patiënten, begeleid wonen… Al die instellingen willen woningen voor hun eigen doelgroep, en al die instellingen concurreren ook met elkaar. In dergelijke schaarste is het heel belangrijk om met feiten te werken: hoeveel kwetsbare woningzoekers zijn er nou eigenlijk? De Key wil namelijk ook gewoon huizen blijven verhuren aan studenten die voor het eerst op kamers gaan, of aan mensen die verliefd zijn en samen willen wonen.’

Deze diverse doelgroep is kenmerkend voor De Key, die zich als specialist in woonstarters voornamelijk richt op jongeren van 28 jaar en jonger. Daaronder vallen de meeste Amsterdamse studenten, maar daarbij horen ook starters, statushouders, tienermoeders en jongeren die begeleid wonen. De Key ziet het als uitdaging om die doelgroepen niet los van elkaar te zien, maar juist zoveel mogelijk te mengen. Van der Schaft: ‘Het is de kunst om al die jonge mensen bij elkaar te brengen en daardoor al die verschillende talenten die zij meebrengen, krachtig te laten worden. We zijn altijd op zoek naar die magic mix. Lukt het om die te creëren, dan heb je iets heel moois.’ De ervaring met het mengen van die verschillende doelgroepen, heeft hen ook een aantal lessen geleerd. ‘Les 1: werk heel veel samen. Met andere stakeholders, met gemeenten, met vluchtelingenwerk, met universiteiten, met scholen. Les 2: eerst gewoon doen, daarna soms heel erg lang volhouden en daarna als het nodig is ook gewoon durven stoppen. Het kan even duren voordat iets goed werkt en het kan ook zo zijn dat het nooit gaat werken. Dan moet je de stekker eruit durven trekken.’

Ook veiligheid is een grote uitdaging voor een woningcorporatie in een stad als Amsterdam, waar iedereen dicht op elkaar woont en waar veel studenten wonen. ‘Je wilt ervoor zorgen dat rookmelders niet worden afgeplakt, dat gangen leeg blijven. Tegelijkertijd wil je niet dat ze dat doen omdat jij het zegt, maar omdat ze zelf inzien dat het veiliger is. We kunnen risico’s niet uitsluiten, maar wel verkleinen.’

Afgelopen zomer was De Key nog in het nieuws door een brand in een studentenflat in Diemen. Wat doet een dergelijke calamiteit met medewerkers en huurders? ‘Helaas hebben we al heel wat calamiteiten achter de rug. Dat brengt een hoop emoties met zich mee voor de medewerkers, maar daar is tijdens de crisis zelf even nog geen tijd voor. Voorop staat namelijk: handelen. Daarna kunnen we prioriteren, evalueren, leren en anticiperen. Een crisis als die van deze zomer brengt het beste naar boven bij de collega’s. Helaas brengt het ook het slechtste naar boven bij de huurders: angst, boosheid, verdriet, maar ook opportunisme. Dat hoort er allemaal bij en vinden wij ook heel logisch, want mensen zijn enorm geschrokken. Iedereen gaat daar op zijn eigen manier mee om, maar als De Key moet je daar iets mee. Een belangrijke les die we hieruit in ieder geval hebben geleerd, is: doorverwijzen en rolvastheid. Natuurlijk zijn wij het gezicht en daarom aanspreekbaar, maar op sommige vragen weten wij geen antwoord, en dat hoeft ook niet. Wij hoeven niet te weten of de brandlucht die er nog hangt slecht is voor de gezondheid, wij mogen bij zo’n vraag doorverwijzen naar de brandweer.

Van der Schaft ziet ook de meerwaarde van Kences, als platform voor kennisdelen en slim samenwerken: ‘Het is ook leuk om collega’s te spreken en dan eens te kijken hoe zij met bepaalde uitdagingen omgaan. Beter goed gepikt…’

 Les 1: werk heel veel samen
Webdesign » SPRANQ